De oprichter van Baseboard, Jasper Admiraal, studeerde werktuigbouwkunde en werkte daarna bij verschillende bedrijven in de maakindustrie. Als production engineer bevond hij zich precies op het snijvlak van engineering en productie. “In de praktijk zag ik dat alles aan elkaar hing met Excel en Word,” vertelt hij. “Als er iets veranderde, moest je dat op meerdere plekken aanpassen.”
Die manier van werken bleek niet alleen inefficiënt, maar ook kwetsbaar. Zeker in omgevingen waar producten nog in ontwikkeling zijn of klantspecifiek worden gebouwd, liep het snel vast. Informatie raakte versnipperd en belangrijke kennis zat vooral in hoofden van ervaren medewerkers.
De vertaling van engineering naar productie
De kern van het probleem zit volgens Admiraal in de overgang van ontwerp naar uitvoering. Engineering beschrijft wat een product is, terwijl productie moet weten hoe het gemaakt wordt. Die twee perspectieven sluiten niet vanzelf op elkaar aan.
Engineering werkt bijvoorbeeld met een ontwerpgerichte stuklijst, opgebouwd in functies en modules. Productie heeft daarentegen juist behoefte aan een praktische volgorde van assemblage, inclusief aanvullende materialen en concrete stappen op de werkvloer. “Die volgorde en inhoud verschillen wezenlijk,” aldus Admiraal.
In de praktijk wordt deze vertaalslag nog vaak handmatig gedaan. Werkvoorbereiders herschikken informatie, voegen onderdelen toe en passen processen aan op basis van ervaring. Daarmee wordt impliciete kennis telkens opnieuw toegepast, maar zelden structureel vastgelegd.
Het assemblageproces als centrale bron
Baseboard pakt dat fundamenteel anders aan. In de software leg je per product het volledige assemblageproces vast: stap voor stap hoe een product daadwerkelijk wordt gebouwd. Vanuit dat proces worden automatisch de bijbehorende werkinstructies, checklists en stuklijsten gegenereerd en actueel gehouden.
Door koppelingen met engineering (zoals CAD, PDM of PLM) en logistieke systemen (ERP) verbindt Baseboard de verschillende afdelingen en zorgt het ervoor dat informatie consistent blijft. Of zoals Admiraal het zelf omschrijft: het is “alsof je een extra werkvoorbereider hebt rondlopen.”
Kennis vastleggen op het moment dat het ontstaat
Om deze proceskennis goed vast te leggen, speelt AI een praktische rol. Medewerkers kunnen hun werkzaamheden filmen en toelichten, waarna deze door de software wordt omgezet in een gestructureerde werkinstructie. “Normaal kost het maken van een werkinstructie voor een complex product zo’n 40 uur,” zegt Admiraal. “Nu heb je dat in een paar uur gedaan.”
De kracht zit daarbij niet alleen in het beeld, maar juist in de uitleg. Door audio te gebruiken, wordt ook vastgelegd waarom bepaalde stappen worden uitgevoerd. Zo wordt kennis niet alleen gedocumenteerd, maar direct overdraagbaar gemaakt precies op het moment dat die ontstaat, zonder extra administratieve last.
In de volgende stap kan de overdracht van proceskennis ook persoonlijker worden gemaakt. Denk aan werkinstructies die automatisch worden aangepast aan de taal of het ervaringsniveau van een medewerker, zodat iedereen precies die informatie krijgt die nodig is om het werk goed uit te voeren.
Kennis als fundament voor de maakindustrie
Het resultaat is dat bedrijven meer grip krijgen op hun productieproces. In plaats van informatie op meerdere plekken bij te houden, ontstaat één centrale bron waarin proces, onderdelen en kennis samenkomen. Dat leidt tot minder fouten, minder handmatig werk en een snellere doorvoering van wijzigingen. Tegelijkertijd bouwen bedrijven een doorzoekbare en herbruikbare basis van hun eigen processen op.
De ambitie van Baseboard ligt dicht bij waar de loopbaan van Admiraal ooit begon: het verbinden van engineering en productie. Door die vertaalslag te standaardiseren in een ‘bill of process’ ontstaat een duidelijke, herbruikbare beschrijving van hoe een product daadwerkelijk wordt gemaakt.